broncode

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bron·co·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord broncode broncodes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

broncode m

  1. (informatica) geheel van programma-instructies in hun oorspronkelijke hogere taal, bv. Algol, PL1 of COBOL, zoals geschreven door de programmeur
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be