berekenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·re·ke·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
berekenen
berekende
berekend
zwak -d volledig

Werkwoord

berekenen

  1. overgankelijk door rekenen iets bepalen
    • De kosten daarvan zijn al berekend. 
  2. hoeveel geld ergens voor gevraagd wordt
    • Hij rekent wel erg veel voor zijn diensten. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.