computervirus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pu·ter·vi·rus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord computervirus computervirussen
verkleinwoord computervirusje computervirusjes

Zelfstandig naamwoord

computervirus o

  1. (informatica) schadelijk computerprogramma dat zich kopieert naar andere programma's en van binnenuit de computer kapotmaakt
    • Een computervirus heeft de eigenschap dat het zichzelf kan overbrengen op andere programma's. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie