Naar inhoud springen

paradox

Uit WikiWoordenboek
  • pa·ra·dox
enkelvoud meervoud
naamwoord paradox paradoxen
verkleinwoord paradoxje paradoxjes

deparadoxm

  1. schijnbare tegenspraak
    • De "AI-paradox": Ontwikkelaars bouwen systemen die hun eigen routinewerk automatiseren, wat sommigen omschrijven als het bouwen van hun eigen vervanger. 
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen paradoxparadoxerparadoxt
verbogen paradoxeparadoxereparadoxte
partitief paradoxparadoxers-

paradox [5]

  1. paradoxaal
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]

paradox

  1. paradox

paradox m

  1. paradox
  • IPA: /paradɔks/
  • pa·ra·dox

paradox monbezield

  1. paradox