paradox
Uiterlijk
- pa·ra·dox
- van Frans paradoxe, dat via Latijn paradoxum teruggaat op Oudgrieks παράδοξος (parádoxos) "wat afwijkt van wat algemeen verwacht wordt"; in de betekenis van ‘schijnbare tegenstrijdigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1634 [1][2][3][4]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | paradox | paradoxen |
| verkleinwoord | paradoxje | paradoxjes |
de paradox m
- schijnbare tegenspraak
- De "AI-paradox": Ontwikkelaars bouwen systemen die hun eigen routinewerk automatiseren, wat sommigen omschrijven als het bouwen van hun eigen vervanger.
- Abilene-paradox, Bell-paradox, Fermiparadox, Galileo-paradox, grootvaderparadox, leugenaarsparadox, predestinatieparadox, Sint-petersburgparadox, tweelingparadox, verjaardagenparadox, wigparadox
1.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | paradox | paradoxer | paradoxt |
| verbogen | paradoxe | paradoxere | paradoxte |
| partitief | paradox | paradoxers | - |
paradox [5]
- Het woord paradox staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "paradox" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ paradox op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "paradox" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
paradox
paradox m
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- IPA: /paradɔks/
- pa·ra·dox
- Afgeleid van het Latijnse paradoxon
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Příruční slovník jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Česko-německý slovník Fr. Št. Kotta - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch / Duits)
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Schots
- Zelfstandig naamwoord in het Schots
- Woorden in het Slowaaks
- Zelfstandig naamwoord in het Slowaaks
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Mannelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Onbezield mannelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch