programmeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·gram·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
programmeren


programmeerde


geprogrammeerd


zwak -d volledig

Werkwoord

programmeren (overgankelijk)

  1. het schrijven van een computerprogramma
  2. strak plannen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie