host
Uiterlijk
- host
| [A] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | host | hosts |
| verkleinwoord | hostje | hostjes |
[A] de host m
- (persoon) iemand die als gastheer, gastvrouw of presentator van een evenement optreedt
- (informatica) computer met programmatuur die in een netwerk andere computers met diensten en gegevens ondersteunt
| vervoeging van |
|---|
| hosten |
[A] host
| vervoeging van |
|---|
| hossen |
[B] host
- Het woord host staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "host" herkend door:
| 74 % | van de Nederlanders; |
| 66 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ host op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| host | hosts |
host
- gastheer, gastvrouw
- heerschaar
- groot aantal van iets
- «There is a host of problems with that approach.»
- Er kleven velerlei problemen aan die benadering.
- «There is a host of problems with that approach.»
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to host |
| he/she/it | hosts |
| verleden tijd | hosted |
| voltooid deelwoord |
hosted |
| onvoltooid deelwoord |
hosting |
| gebiedende wijs | host |
host
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Heteroniem in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 74 %
- Prevalentie Vlaanderen 66 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels