game

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • game
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord game games
verkleinwoord gamepje gamepjes

Zelfstandig naamwoord

game m

  1. (sport) een onderdeel van een wedstrijd
    • Diegene die de meeste games wint, is doorgaans de winnaar van de wedstrijd. 
  2. een videospel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
gamen

game

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gamen
    • Ik game. 
  2. gebiedende wijs van gamen
    • Game! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gamen
    • Game je? 
  4. aanvoegende wijs van gamen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Naar frequentie 487
enkelvoud meervoud
game games

Zelfstandig naamwoord

[A] game

  1. game
  2. match
  3. potje
  4. spel, spelletje
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
game -

Zelfstandig naamwoord

[B] game

  1. wild