informatica

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·for·ma·ti·ca
enkelvoud meervoud
naamwoord informatica -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

informatica v

  1. (wetenschap), (wiskunde) de leer van de mechanische verzameling en verwerking van informatie
    • Ik studeer al twee jaar informatica aan de Universiteit Leiden. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Italiaans

Woordafbreking
  • in·for·ma·ti·ca

Zelfstandig naamwoord

informatica v

  1. informatica