hacker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hac·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘computerkraker’ voor het eerst aangetroffen in 1985 [1]
  • Van het Engelse hacker (oorspronkelijk: inventieve en fanatieke computerexpert)
  • Naamwoord van handeling van hacken met het achtervoegsel -er [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hacker hackers
verkleinwoord hackertje hackertjes

Zelfstandig naamwoord

hacker m

  1. (informatica) iemand die zich onbevoegd toegang verschaft tot een computersysteem
    • Een hacker zou de beveiliging van de computersystemen hebben gekraakt. 
  2. (informatica) iemand die geniet van de intellectuele uitdaging om op een creatieve, onorthodoxe manier aan technische beperkingen te ontsnappen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  hacker     le hacker     hackers     les hackers  

Zelfstandig naamwoord

hacker m

  1. (informatica) hacker


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hac·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse zelfstandige naamwoord hacker, dat van het Engelse werkwoord (to) hack afgeleid is
  • Noors zelfstandig naamwoord met het achtervoegsel -er
Naar frequentie 9721
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hacker     hackeren     hackere     hackerne  
genitief   hackers     hackerens     hackeres     hackernes  

Zelfstandig naamwoord

hacker, m

  1. (informatica) hacker
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Opmerkingen

Meer informatie

  • Zie Wikipedia voor meer informatie. (in het Noors; geraadpleegd 2018-07-04)

Verwijzingen

  • SNL - Store norske leksikon: hacker (in het Noors; geraadpleegd 2018-07-04)