hub

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Gelijkklinkende woorden
Woordafbreking
  • hub
enkelvoud meervoud
naamwoord hub hubs
verkleinwoord hubje hubjes

Zelfstandig naamwoord

hub m

  1. knooppunt in het luchtverkeer
  2. onderdeel dat computernetwerken meerdere apparaten met de rest van het netwerk verbond, voordat het gebruikelijk werd dat met een switch te doen
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.

Meer informatie