hardware

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hard·ware
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels [1].
enkelvoud meervoud
naamwoord hardware -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hardware v/m

  1. (informatica) de elektronische en mechanische delen in en om computersystemen
    De hardware van de computer was niet in orde.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Zelfstandig naamwoord

hardware

  1. (informatica) hardware.


Frans

Zelfstandig naamwoord

hardware m

  1. (informatica) hardware.


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

hardware m

  1. (informatica) hardware.


Spaans

Zelfstandig naamwoord

hardware m

  1. (informatica) hardware.


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /hartvɛr/, /hartvɛːr/
Woordafbreking
  • hard·ware
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.

Zelfstandig naamwoord

hardware m onbezield

  1. (informatica) hardware.
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen