interpreter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·pre·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord interpreter interpreters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

interpreter m

  1. dat wat interpreteert, vertolker
  2. (informatica) computerprogramma dat computerprogramma's vertaalt in een voor de processor begrijpelijke vorm en meteen uitvoert
Verwante begrippen

Meer informatie