computerscherm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pu·ter·scherm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord computerscherm computerschermen
verkleinwoord computerschermpje computerschermpjes

Zelfstandig naamwoord

computerscherm o

  1. Een beeldscherm dat gebruikt wordt als uitvoermedium van een computer.
     Na jaren 60 uur per week achter een computerscherm en een overvolle sociale agenda had ik behoefte aan meer afwisseling. Meer natuur en avontuur.[1]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be