Naar inhoud springen

linker

Uit WikiWoordenboek
  • lin·ker
  • In de betekenis van ‘tegenover rechter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477 [1]
  • Afgeleid van links met het achtervoegsel -er
stellend
onverbogen linker
verbogen

linker [2]

  1. aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
    • Waar is de linker handschoen gebleven? 
enkelvoud meervoud
naamwoord linker linkers
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

delinkerv/m [4]

  1. (informatica) link-editor (programma om diverse sourcecodes te 'linken')
  2. iets dat aan de linkerkant is
     In zijn rechterhand hield hij een lauwertak vast en in zijn linker een scepter.[5]
     Maar Caesar zag me wel, want hij stond met zijn gezicht naar de deur toe en stootte van achteren in haar, met zijn rechterhand op haar gezwollen buik en zijn linker losjes op zijn heup, als een of andere fat op een straathoek.[5]
     De overige twee kinderen liggen met opgetrokken knieën te slapen, hun hoofd in de schoot van de visser, zijn rechterhand ligt rustig op het ene voorhoofd, zijn linker op het andere.[6]

linker

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van link
100 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[7]