laptop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lap·top
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘draagbare computer’ voor het eerst aangetroffen in 1986 [1]
  • samenstelling van  lap  en  top  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord laptop laptops
verkleinwoord laptopje laptopjes

Zelfstandig naamwoord

laptop m

  1. (informatica) kleine draagbare computer
     De laptop werd dan tussen de borden spaghetti opengeklapt zodat ik de opgetogen gezichten van mijn kinderen kon zien.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen