chatten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chat·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse to chat.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
chatten
/ˈtʃɛtə(n)/
/ˈtʃɑtə(n)/
chatte
/ˈtʃɛtə/
/ˈtʃɑtə/
gechat
/ɣəˈtʃɛt/
/ɣəˈtʃɑt/
zwak -t volledig

Werkwoord

chatten

  1. inergatief op synchrone wijze met elkaar korte tekstberichten uitwisselen
    • Henk was aan het chatten met Jeroen over zijn werk. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
chatten

chatten

  1. meervoud verleden tijd van chatten
    • Wij chatten. 
    • Jullie chatten. 
    • Zij chatten. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈtʃɛtn̩/
Woordafbreking
  • chat·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse to chat.
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
chatten
chatte
gechat
volledig

Werkwoord

chatten

  1. chatten
    «Chatten ist das Hobby vieler Leute.»
    Chatten is de hobby van vele mensen.
Verwante begrippen