directory

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·rec·to·ry
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘lijst met alle programma's en bestanden die op een schijfgeheugen aanwezig zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1981 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord directory directory's
verkleinwoord directory'tje directory'tjes

Zelfstandig naamwoord

directory v / m

  1. (informatica) een groep van bestanden en/of directory's
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen