dag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Universeel
Woordherkomst en -opbouw
Symbool
dag
- (natuurkunde), (eenheid) het symbool voor decagram, een massa (gewicht) van 10 gram of 0,01 kilogram
Verwante begrippen
| eenheden van massa (gewicht) |
|---|
| yg • zg • ag • fg • pg • ng • μg • mg • cg • dg • g • dag • hg • kg • Mg • Gg • Tg • Pg • Eg • Zg • Yg |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: dag (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /dɑχ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /dɑx/
Woordafbreking
- dag
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dag | dagen |
| verkleinwoord | dagje daagje |
dagjes daagjes |
Zelfstandig naamwoord
dag m
- (astronomie) de aanwezigheid van elektromagnetische straling op de door de zon bestraalde helft van een planeet, en die vooral effecten als opwarming en verlichting veroorzaakt
- In de zomer is het al vroeg dag.
- (tijdrekening), (eenheid) tijd waarin een hemellichaam volledig om zijn eigen as draait (voor de aarde 24 uur)
- Neem driemaal per dag deze pillen en u bent zo weer op de been.
- (tijdrekening) tijd tussen zonsop- en zonsondergang
- Op bepaalde tijdstippen van de dag is de kans op verbranding groter dan op andere.
Synoniemen
Antoniemen
- [1] duisternis, nacht
- [3] avond, nacht
Hyponiemen
|
|
|
Afgeleide begrippen
|
|
- [2] daags (genitief van dag): tweemaal daags, dage (datief van dag): heden ten dage en ouden van dage
Verwante begrippen
- [1] zonlicht, zonnestraal, zonnestraling, zonnewarmte
- [2] datum, kalender, middag, noen, middernacht
- [3] aurora, avond, dageraad, middag, morgen, morgenstond, nacht, namiddag, noen, voormiddag, zomertijd, zonsondergang, zonsopgang
| eenheden van tijd in het Nederlands (nld) |
|---|
| yoctoseconde • zeptoseconde • attoseconde • femtoseconde • picoseconde • nanoseconde • microseconde • milliseconde • centiseconde • deciseconde • seconde • decaseconde • hectoseconde • kiloseconde • megaseconde • gigaseconde • teraseconde • petaseconde • exaseconde • zettaseconde • yottaseconde |
| seconde • minuut • kwartier • uur • dag / etmaal / nychthemeron • week • decade • maand / maanmaand • kwartaal / trimester / jaargetijde / seizoen • tertaal • semester • jaar / annum • lustrum • decennium • generatie • eeuw / hectoannum • millennium / kiloannum • mega-annum • giga-annum |
Meroniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: aan de dag brengen
bekendmaken
- [1]: goed voor de dag komen
een goede indruk maken
- [1]: voor de dag komen
opduiken
- [1]: pluk de dag
profiteer van gunstige uren/tijden
- [2]: vandaag de dag
tegenwoordig, in de huidige tijd
- [2]: heden ten dage
tegenwoordig, in de huidige tijd
- [2]: betere dagen gekend hebben
in slechte staat zijn
- [2]: dag en nacht
voortdurend
- [2]: dag in, dag uit
voortdurend
- [2]: elke dag maar weer
elke dag hetzelfde
- [2]: dezer dagen
tegenwoordig
- [2]: om de andere dag
telkens twee dagen later
- [2]: voor dag en dauw
zeer vroeg in de morgen
- [2]: met drie dagen verlengd
drie (kalender-)dagen erbij
- [2]: juliaanse dag
in astronomie gebruikte doortellende dagnummmering (nieuwe dag begint op de middag)
- [3]: de langste dag
de dag met de meeste uren licht (zonnewende 21 juni )
- [3]: het aanbreken van de dag
het opkomen van de zon, het licht worden
- [3]: het krieken van de dag
het opkomen van de zon, het licht worden
Opmerkingen
- Alleen de tijdsaanduidingen op -r blijven na een bepaald telwoord in het enkelvoud: drie uur, drie jaar; maar: drie dagen, drie weken, drie maanden.
Vertalingen
1. tijd waarin een hemellichaam volledig om zijn as draait
2. tijd tussen zonsop- en zonsondergang
Tussenwerpsel
dag
- ontmoetingsgroet
- Dag. Ik ben Jan.
- afscheidsgroet
- Ik moet gaan. Dag.
Synoniemen
Verwante begrippen
- 1. goedendag
Uitdrukkingen en gezegden
- zeg maar dag met je handje
- vergeet het maar
Vertalingen
1. ontmoetingsgroet
2. afscheidsgroet
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Oudnederlands
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | dag | daga |
| genitief | dages | dago |
| datief | dage | dagon |
| accusatief | dag | daga |
Zelfstandig naamwoord
dag m
Overerving en ontlening
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dag | dae |
Woordafbreking
- dag
Zelfstandig naamwoord
dag
Tussenwerpsel
dag
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- dag
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord dagr.
Zelfstandig naamwoord
dag m
- dag (24 uur)
- «Året har 365 dager.»
- Het jaar heeft 365 dagen.
- «Året har 365 dager.»
- dag (van zonsop- tot zonsondergang)
- «Det er en fin dag.»
- Het is een mooie dag.
- «Det er en fin dag.»
Verbuiging
| m | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | dag | dagen | dager | dagene |
| genitief | dags | dagens | dagers | dagenes |
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
dag og natt 'Dag en nacht.
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- dag
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord dagr.
Zelfstandig naamwoord
dag m
- dag (24 uur)
- dag (van zonsop- tot zonsondergang)
- «Hektisk dag på glattisen: - Eg har ikkje hatt tid til å ete i heile dag!»
- Een jachtige dag met ijzel: - Ik heb de hele dag geen tijd gehad om te eten!
- «Hektisk dag på glattisen: - Eg har ikkje hatt tid til å ete i heile dag!»
Verbuiging
| m | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | dag | dagen | dagar | dagane |
| genitief | dags | dagars | ||
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
- [2] arbeidsdag, vinterdag
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
dag og natt 'Dag en nacht.
Turkmeens
Zelfstandig naamwoord
dag
Zweeds
Woordafbreking
- dag
Zelfstandig naamwoord
dag g
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | dag | dagen | dagar | dagarna |
| genitief | dags | dagens | dagars | dagarnas |
Categorieën:
- Universeel
- Symbool
- Natuurkunde
- Eenheid
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Astronomie in het Nederlands
- Tijdrekening in het Nederlands
- Eenheid in het Nederlands
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Woorden in het Oudnederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Oudnederlands
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Tussenwerpsel in het Afrikaans
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Woorden in het Turkmeens
- Zelfstandig naamwoord in het Turkmeens
- Woorden in het Zweeds
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds