omloop
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·loop
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | omloop | omlopen |
| verkleinwoord | omloopje | omloopjes |
Zelfstandig naamwoord
- het in de rondte gaan, een kringloop bijv. bloedsomloop
- de omwenteling van een voorwerp dat zich om een middelpunt beweegt (-> omloopbaan)
- rondlopende galerij, een omgang
- (medisch) om de vinger of nagel lopende nagelriemontsteking, paronychia
- criterium
- parcours, circuit
Verwante begrippen
Hyponiemen
- bankbiljettenomloop, bloedsomloop, bovenomloop, geldomloop, geldsomloop, maansomloop, torenomloop, wateromloop
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.