nacht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nacht
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: nacht
Oudnederlands: naht
Germaans: *nahts
Indo-Europees: *nókʷts
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: night (Angelsaksisch: niht, neaht, neht), Duits: Nacht, (Oudhoogduits: naht), Fries: nacht (Oudfries: nacht)
Noord: Zweeds/Noors: natt, (Oudnoors: nátt), Deens: nat, IJslands: nótt, Faeröers: nátt
Oost: Gotisch: nahts
enkelvoud meervoud
naamwoord nacht nachten
verkleinwoord nachtje nachtjes

Zelfstandig naamwoord

nacht m

  1. (tijdrekening) de tijd tussen zonsondergang en zonsopkomst
    Sommige dieren zijn actief in de nacht in plaats van overdag.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen