nacht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: nacht (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /nɑχt/
- (Vlaanderen, Brabant): /nɑxt/
- (Limburg): /nɑx/
Woordafbreking
- nacht
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nacht | nachten |
| verkleinwoord | nachtje | nachtjes |
Zelfstandig naamwoord
nacht m
- (tijdrekening) de tijd tussen zonsondergang en zonsopkomst
- Sommige dieren zijn actief in de nacht in plaats van overdag.
- (tijdrekening) de tijd tussen het naar bed gaan en het opstaan.
- (tijdrekening) de tijd tussen 12 uur 's nachts en 6 uur 's ochtends
Hyponiemen
- aprilnacht, huwelijksnacht, kerstnacht, liefdesnacht, poolnacht, voornacht, werknacht, winternacht, zomernacht
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de tijd tussen zonsondergang en zonsopkomst
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.