week
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | week | weken |
| verkleinwoord | weekje | weekjes |
week v
Vertalingen
1.
Bijvoeglijk naamwoord
week
- zonder weerstandsvermogen of veerkracht
- gevoelig voor emoties
Synoniemen
- 1. slap
- 2. sentimenteel
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Engels
Zelfstandig naamwoord
week (~s meervoud)

