semester
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- se·mes·ter
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Latijnse semestris, wat weer een samenstelling is van sex (zes) en mensis (maand). Wij hebben het woord geleend via het Duitse Semester.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | semester | semesters |
| verkleinwoord | semestertje | semestertjes |
Zelfstandig naamwoord
semester o
- (tijdrekening), (eenheid) (in een opleiding) een half jaar.
- Het semester was voor hun gevoel erg snel voorbij.
Verwante begrippen
| eenheden van tijd in het Nederlands (nld) |
|---|
| yoctoseconde • zeptoseconde • attoseconde • femtoseconde • picoseconde • nanoseconde • microseconde • milliseconde • centiseconde • deciseconde • seconde • decaseconde • hectoseconde • kiloseconde • megaseconde • gigaseconde • teraseconde • petaseconde • exaseconde • zettaseconde • yottaseconde |
| seconde • minuut • kwartier • uur • dag / etmaal / nychthemeron • week • decade • maand / maanmaand • kwartaal / trimester / jaargetijde / seizoen • tertaal • semester • jaar / annum • lustrum • decennium • generatie • eeuw / hectoannum • millennium / kiloannum • mega-annum • giga-annum |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.