enkelvoud
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- en·kel·voud
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | enkelvoud | enkelvouden |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
enkelvoud o
- een woord dat in die vorm naar één voorwerp of mens verwijst of dat aanduidt dat slechts één persoon de handeling uitvoert
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een woord dat in die vorm naar één voorwerp of mens verwijst of dat aanduidt dat slechts één persoon de handeling uitvoert
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.