kerstdag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerst·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerstdag kerstdagen
verkleinwoord (kerstdagje) (kerstdagjes)

Zelfstandig naamwoord

kerstdag m

  1. 25 december, de dag waarop de christenen Christus' geboorte feestelijk herdenken.
    Wij vinden kerstdag een belangrijke herdenkingsdag.
  2. één van de kerstfeestdagen.
    Het is vandaag tweede kerstdag!
Antoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie