kerstdag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: kerstdag (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈkɛrs.dɑχ/, /kɛrs.ˈdɑχ/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈkɛrs.dɑx/, /kɛrs.ˈdɑx/
- (Limburg): /ˈkɛrz.dɑx/
Woordafbreking
- kerst·dag
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kerstdag | kerstdagen |
| verkleinwoord | (kerstdagje) | (kerstdagjes) |
Zelfstandig naamwoord
kerstdag m
- 25 december, de dag waarop de christenen Christus' geboorte feestelijk herdenken.
- Wij vinden kerstdag een belangrijke herdenkingsdag.
- één van de kerstfeestdagen.
- Het is vandaag tweede kerstdag!
Antoniemen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.