eenheid

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • een·heid

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord eenheid eenheden
verkleinwoord

eenheid v

  1. bij elkaar horend geheel.
    Deze mensen werden door deze dreiging tot een eenheid samengesmeed.
  2. maat waarin hoeveelheden worden uitgedrukt.
    De coulomb is de eenheid van lading.
Persoonlijke instellingen