generatie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·ne·ra·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | generatie | generaties |
| verkleinwoord | generatietje | generatietjes |
Zelfstandig naamwoord
generatie v
- alle individuen die via hetzelfde aantal tussenstappen van één bepaald individu afstamt.
- alle personen die min of meer tegelijkertijd geboren zijn.
- De mannen van die generatie zijn in groten getale omgekomen in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.
- (techniek) de apparatuur die kenmerkend is voor een bepaald beperkt tijdsbestek.
- het genereren, voortbrengen van iets.
- De generatie van energie met de zon als bron staat erg in de belangstelling.