generatie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ne·ra·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord generatie generaties
verkleinwoord generatietje generatietjes

Zelfstandig naamwoord

generatie v

  1. (tijdrekening), (eenheid) periode van 25 jaar
  2. alle individuen die via hetzelfde aantal tussenstappen van één bepaald individu afstamt
  3. alle personen die min of meer tegelijkertijd geboren zijn
    De mannen van die generatie zijn in groten getale omgekomen in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.
  4. (techniek) de apparatuur die kenmerkend is voor een bepaald beperkt tijdsbestek
  5. het genereren, voortbrengen van iets
    De generatie van energie met de zon als bron staat erg in de belangstelling.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen