generatie

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ne·ra·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord generatie generaties
verkleinwoord generatietje generatietjes

Zelfstandig naamwoord

generatie v

  1. alle individuen die via hetzelfde aantal tussenstappen van één bepaald individu afstamt.
  2. alle personen die min of meer tegelijkertijd geboren zijn.
    De mannen van die generatie zijn in groten getale omgekomen in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.
  3. (techniek) de apparatuur die kenmerkend is voor een bepaald beperkt tijdsbestek.
  4. het genereren, voortbrengen van iets.
    De generatie van energie met de zon als bron staat erg in de belangstelling.
Persoonlijke instellingen