licht

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

2 enkelvoud meervoud
naamwoord licht lichten
verkleinwoord lichtje lichtjes
  1. licht o. Elektromagnetische golven die met het oog kunnen worden waargenomen (met een golflengte van 420-780nm).
  2. licht o, pl. lichten.; Lamp of andere lichtbron.

Spreekwoorden
  • licht in de duisternis
  • licht aan het eind van de tunnel

Vertalingen

Afgeleide begrippen

Verwante begrippen

Lettergrepen
  • licht

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen licht lichter lichtst
verbogen lichte lichtere lichtste

licht

Spreekwoorden
  • zo licht als een veertje

Synoniemen

Antoniemen

Vertalingen

Bijwoord

licht

  1. enigszins
  2. lichtelijk
  3. een beetje
  4. een tikkeltje


Meer informatie

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen