ochtend

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • och·tend
enkelvoud meervoud
naamwoord ochtend ochtenden
verkleinwoord ochtendje ochtendjes

Zelfstandig naamwoord

ochtend m

  1. eerste deel van de dag, tussen ca. 6.00 en 12.00.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen