jaargetijde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: jaargetijde (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈjar.χə.ˌtɛɪ̯.də/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈjar.ɣə.ˌtɛː.də/
- (Limburg): /ˈjar.ɣə.ˌtɛɪ̯.də/
Woordafbreking
- jaar·ge·tij·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | jaargetijde | jaargetijden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
jaargetijde o
- (tijdrekening), (eenheid) een deel van het jaar met unieke eigenschappen
- De jaargetijden waar veel mensen het meest van houden zijn de lente en de zomer.
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
| eenheden van tijd in het Nederlands (nld) |
|---|
| yoctoseconde • zeptoseconde • attoseconde • femtoseconde • picoseconde • nanoseconde • microseconde • milliseconde • centiseconde • deciseconde • seconde • decaseconde • hectoseconde • kiloseconde • megaseconde • gigaseconde • teraseconde • petaseconde • exaseconde • zettaseconde • yottaseconde |
| seconde • minuut • kwartier • uur • dag / etmaal / nychthemeron • week • decade • maand / maanmaand • kwartaal / trimester / jaargetijde / seizoen • tertaal • semester • jaar / annum • lustrum • decennium • generatie • eeuw / hectoannum • millennium / kiloannum • mega-annum • giga-annum |