berg

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
De berg Pico Ruivo op Madeira

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • berg

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord berg bergen
verkleinwoord bergje bergjes

berg m

  1. substantiële verhoging in het landschap.
  2. grote hoeveelheid.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie



Limburgs

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

berg m

  1. (Hooglimburgs) berg.
  2. (Hooglimburgs) heuvel.
  3. (Hooglimburgs) ophoging.
  4. (Hooglimburgs) mesthoop.
  5. (Hooglimburgs) gebergte.
Verbuiging
enkelvoud meervoud
geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind
nominatief berg perg bergske pergske berg perg bergskes pergskes
genitief bergs pergs bergskes pergskes berg perg bergskes pergskes
locatief berges perges bergeske pergeske bergese pergese bergeskes pergeskes
datief berge perge bergske pergske berg perg bergskes pergskes
accusatief berg perg bergske pergske berg perg bergskes pergskes



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Oudnoorse woorden bjarg en berg.

Zelfstandig naamwoord

berg o

  1. (aardrijkskunde) berg [1] (verhoging).
  2. berg [2] (hoeveelheid).
  3. (geologie) bergondergrond, rots.
    «På to meters dyp støtte de på berg
    Op twee meter diepte stootte zij op de bergondergrond.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   berg     berget     berg     berga,
bergene  
genitief   bergs     bergns     bergrs     berga,
bergene  
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] over berg og dal

  • Over berg en dal.

[1] her på berget

  • hier in de bergen (als geboortestrek)

[1] over alle berg

  • Uit de paardepoten gekomen zijn.

[2] et berg av frukt

  • Een berg vruchten.

[2] et berg av grønnsaker

  • Een berg groenten.

[3] bygge på berg

  • Op de bergondergrond bouwen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Oudnoorse woorden bjarg en berg.

Zelfstandig naamwoord

berg o

  1. (aardrijkskunde) berg [1] (verhoging).
  2. berg [2] (hoeveelheid).
  3. (geologie) bergondergrond, rots.
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   berg     berget     berg     berga  
genitief   bergs     bergns     bergrs     berga  
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief               bergi  
genitief               bergis  
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden

Tru kan flytte berg.

  • Geloef kan bergen verplaatsen.
Uitdrukkingen en gezegden

[2] eit berg av mjølsekker

  • Een berg meelzakken.

[2] eit berg av sild i sjøen

  • Een berg van haringen in het meer.


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg

Zelfstandig naamwoord

berg o

  1. berg
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   berg     berget     berg     bergen  
genitief   bergs     bergets     bergs     bergens  
Synoniemen
Persoonlijke instellingen