berg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
De berg Pico Ruivo op Madeira.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg
enkelvoud meervoud
naamwoord berg bergen
verkleinwoord (bergje) (bergjes)

Zelfstandig naamwoord

berg m

  1. een substantiële verhoging in het landschap
  2. (figuurlijk), (informeel) een grote hoeveelheid
    Een berg geld.
Synoniemen
Meroniemen
Holoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bergen

berg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bergen
    Ik berg.
  2. gebiedende wijs van bergen
    Berg!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bergen
    Berg je?

Meer informatie


Limburgs

Uitspraak
  • Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
  • IPA:
    • (enkelvoud): /ˈbǽrx/ (Etsbergs)
    • (meervoud): /ˈbæ̀rx/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

berg m

  1. (Hooglimburgs) berg
  2. (Hooglimburgs) heuvel
  3. (Hooglimburgs) ophoging
  4. (Hooglimburgs) mesthoop
  5. (Hooglimburgs) gebergte
Verbuiging



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Oudnoorse woorden bjarg en berg.
Naar frequentie 7696
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   berg     berget     berg     berga
bergene  
genitief   bergs     bergets     bergs     berga
bergene  

Zelfstandig naamwoord

berg o

  1. (aardrijkskunde) berg (verhoging)
  2. berg (hoeveelheid)
  3. (geologie) bergondergrond
    «På to meters dyp støtte de på berg
    Op twee meter diepte stootte zij op de bergondergrond.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: over berg og dal
over berg en dal
  • [1]: her på berget
hier in de bergen (als geboortestreek)
  • [1]: over alle berg
uit de paardenpoten gekomen zijn
  • [2]: et berg av frukt
een berg vruchten
  • [2]: et berg av grønnsaker
een berg groenten
  • [3]: bygge på berg
op de bergondergrond bouwen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Oudnoorse woorden bjarg en berg.

Zelfstandig naamwoord

berg o

  1. (aardrijkskunde) berg (verhoging)
  2. berg (hoeveelheid)
  3. (geologie) bergondergrond
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   berg     berget     berg     berga  
genitief                        
o
bijvormen
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief                     bergi  
genitief                        
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • [1]: Tru kan flytte berg.
Geloof kan bergen verplaatsen.
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: eit berg av mjølsekker
een berg meelzakken
  • [2]: eit berg av sild i sjøen
een berg van haringen in het meer


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg

Zelfstandig naamwoord

berg o

  1. berg
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   berg     berget     berg     bergen  
genitief   bergs     bergets     bergs     bergens  
Synoniemen