verdagen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·da·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verdagen |
verdaagde |
verdaagd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verdagen
- (overgankelijk) (juridisch) een zitting opschorten tot een nadere datum
- Er werd besloten de zitting te verdagen.