alledaags

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le·daags
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen alledaags alledaagser meest alledaags
verbogen alledaagse alledaagsere meest alledaagse

Bijvoeglijk naamwoord

alledaags

  1. gewoon, normaal, niet ongewoon.
Vertalingen
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Andere talen