datief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- da·tief
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | datief | datieven |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
datief m, de
- (grammatica) de derde van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen, voor een meewerkend voorwerp. Voorbeeld: De datief van ik is mij of me: Je geeft mij/me een boek
Synoniemen
Vertalingen
de derde van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.