goedendag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordherkomst en -opbouw
- > accusatief van een goede dag: eenen goeden dag
Tussenwerpsel
goedendag
- een groet waarbij men iemand toewenst dat de dag goed zal wezen.
- "Goedendag" zei hij wat stijfjes en nam plaats in de treincoupé.