maandag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maan·dag
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Latijnse dies Lunae (dag van de maan).
enkelvoud meervoud
naamwoord maandag maandagen
verkleinwoord maandagje maandagjes

Zelfstandig naamwoord

maandag m

  1. (tijdrekening), (dag) een dag van de week, de eerste dag na het weekeinde
    Maandag is de meest gehate dag van de week.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een blauwe maandag.
Een korte tijd.
Vertalingen

Meer informatie


Dagen in het Nederlands
maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen