morgen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor·gen

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord morgen morgens
verkleinwoord morgentje morgentjes

morgen m

  1. het eerste deel van de dag.
  2. een oude Nederlandse oppervlaktemaat, die afhankelijk van de streek gewoonlijk iets kleiner dan een hectare was.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Bijwoord

morgen

  1. de eerstvolgende dag na vandaag.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen