uur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | uur | uren |
| verkleinwoord | uurtje | uurtjes |
Zelfstandig naamwoord
uur o
- (tijdrekening), (eenheid) een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten, weergegeven met de afkorting u of h
- Een dag bestaat uit 24 uur.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
| eenheden van tijd in het Nederlands (nld) |
|---|
| yoctoseconde • zeptoseconde • attoseconde • femtoseconde • picoseconde • nanoseconde • microseconde • milliseconde • centiseconde • deciseconde • seconde • decaseconde • hectoseconde • kiloseconde • megaseconde • gigaseconde • teraseconde • petaseconde • exaseconde • zettaseconde • yottaseconde |
| seconde • minuut • kwartier • uur • dag / etmaal / nychthemeron • week • decade • maand / maanmaand • kwartaal / trimester / jaargetijde / seizoen • tertaal • semester • jaar / annum • lustrum • decennium • generatie • eeuw / hectoannum • millennium / kiloannum • mega-annum • giga-annum |
Meroniemen
Typische woordcombinaties
- met drie uur verlengd
- per uur
- 24-uur
Opmerkingen
- De tijdsaanduidingen op -r blijven na een bepaald telwoord in het enkelvoud: drie uur, drie jaar.
Vertalingen
1. een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten