donderdag

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • don·der·dag
Woordherkomst en -opbouw
  • Het eerste lid verwijst naar de Germaanse god Donar, ook bekend als Thor. De naam van de dag is bedoeld als equivalent van het Latijnse dies Iovis (dag van Jupiter).
enkelvoud meervoud
naamwoord donderdag donderdagen
verkleinwoord donderdagje donderdagjes

Zelfstandig naamwoord

donderdag m

  1. een dag van de week die na woensdag en voor vrijdag komt.
    Op donderdag gaan we altijd naar onze tante.
Vertalingen
Verwante begrippen

Meer informatie


Dagen in het Nederlands
maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag
Persoonlijke instellingen