dan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Bijwoord
dan
- een tijdstip in de toekomst.
- Het is morgen de twaalfde. Hij zei dat hij dan zou komen.
- in samenhang met als.
- Als' hij niet komt dan moeten we even bellen.'
- ~ ook in het geheel, ieder
- Welk deel dan ook we nemen, de uitkomst is altijd hetzelfde
- Geen kind dan ook zou daar mee geconfronteerd moeten worden
Vertalingen
1. toekomstig tijdstip
3. dan ook
Voegwoord
dan
- na een vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord of van een bijwoord.
- Hij is groter dan ik.
Vertalingen
Indonesisch
Voegwoord
dan
Limburgs
Uitspraak
- IPA: /ðɑn/ ~ /ðæn/ (Etsbergs)
Persoonlijk voornaamwoord
dan m
- met hun twee.
- «Ich gaon dan - Wiel èn Baer - oet.»
- Ik ga met hun twee, Wiel en Baer, uit.
- «Ich gaon dan - Wiel èn Baer - oet.»
Sloveens
Zelfstandig naamwoord
dan