dan

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Bijwoord

dan

  1. een tijdstip in de toekomst.
    Het is morgen de twaalfde. Hij zei dat hij dan zou komen.
  2. in samenhang met als.
    Als' hij niet komt dan moeten we even bellen.'
  3. ~ ook in het geheel, ieder
    Welk deel dan ook we nemen, de uitkomst is altijd hetzelfde
    Geen kind dan ook zou daar mee geconfronteerd moeten worden
Vertalingen

Voegwoord

dan

  1. na een vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord of van een bijwoord.
    Hij is groter dan ik.
Vertalingen


Indonesisch

Voegwoord

dan

  1. en


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ðɑn/ ~ /ðæn/ (Etsbergs)

Persoonlijk voornaamwoord

dan m

  1. met hun twee.
    «Ich gaon dan - Wiel èn Baer - oet.»
    Ik ga met hun twee, Wiel en Baer, uit.


Sloveens

Zelfstandig naamwoord

dan

  1. dag
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/dan"
Persoonlijke instellingen