noen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- noen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | noen | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
noen m
- (tijdrekening) twaalf uur in de middag
- Pas tegen de noen zou de jongen tevoorschijn komen.[1]
Synoniemen
Antoniemen
Verwijzingen
- ↑ Kruistocht in spijkerbroek. T. Beckman 2004
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- no·en
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord nǫkurr.
| Naar frequentie | 57 |
|---|
Onbepaald voornaamwoord
Schrijfwijzen
- noe (onzijdige vorm)
Onbepaald voornaamwoord
noen mv
- enkele, sommige
- «Hotellet har 31 rom, noen rom med utsikt mot Trysilfjellet.»
- Het hotel heeft 31 kamers, sommige kamers met uitzicht op de bergen van Trysil.
- «Hotellet har 31 rom, noen rom med utsikt mot Trysilfjellet.»
Verbuiging
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- no·en
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord nǫkurr.
Onbepaald voornaamwoord
noen m
- (bijvorm) iemand, een of ander, een
Schrijfwijzen
- (hoofdvorm) noka (vrouwelijke vorm)
- (hoofdvorm)' noko (onzijdige vorm)
- (hoofdvorm) nokon, nokre (meervoudvorm)
Verbuiging
West-Vlaams
Zelfstandig naamwoord
noen