gram

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gram
enkelvoud meervoud
naamwoord gram grammen
verkleinwoord grammetje grammetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] gram o

  1. (natuurkunde), (eenheid) een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg), weergegeven met symbool g
    De gram van een stof is ook op de maan een gram.
  2. (economie) in het dagelijks gebruik een handelsmaat voor gewicht
    Een paar grammetjes is veel als het gif betreft.
  3. iets wat opgeschreven of anderszins geregisteerd is (grafein = schrijven), een grafische voorstelling, (->zie -gram of diagram)
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen


Vertalingen

Meer informatie

enkelvoud meervoud
naamwoord gram grammen
verkleinwoord grammetje grammetjes

Zelfstandig naamwoord

[B] gram m

  1. (verouderd) boosheid, genoegdoening
    Hij verhaalde zijn gram op zijn kinderen.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zijn gram halen
afreageren, zijn woede koelen, genoegdoening verkrijgen, zich wreken


stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gram grammer gramst
verbogen gramme grammere gramste

Bijvoeglijk naamwoord

gram

  1. boos, toornig


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

gram m

  1. (eenheid) gram


Turks

Woordafbreking
  • gram
enkelvoud meervoud
nominatief   gram     gramlar  
genitief   gramın     gramların  
datief   grama     gramlara  
accusatief   gramı     gramları  
locatief   gramda     gramlarda  
ablatief   gramdan     gramlardan  

Zelfstandig naamwoord

gram

  1. (natuurkunde), (eenheid) gram