trimester
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tri·mes·ter
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Latijnse trimestris, wat weer een samenstelling is van het voorvoegsel tri- (drie) en mestris (maand).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | trimester | trimesters |
| verkleinwoord | trimestertje | trimestertjes |
Zelfstandig naamwoord
trimester o
- een periode van drie maanden.
- Het was een druk trimester voor de leerlingen met alle examens en toetsen.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.