minuut
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mi·nuut
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | minuut | minuten |
| verkleinwoord | minuutje | minuutjes |
Zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening), (eenheid) eenheid van tijd
- eenheid voor hoeken
- Een minuut is het 1/60ste deel van een graad.
- (juridisch) een oorspronkelijk document
Synoniemen
- [2] boogminuut
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
| eenheden van tijd in het Nederlands (nld) |
|---|
| yoctoseconde • zeptoseconde • attoseconde • femtoseconde • picoseconde • nanoseconde • microseconde • milliseconde • centiseconde • deciseconde • seconde • decaseconde • hectoseconde • kiloseconde • megaseconde • gigaseconde • teraseconde • petaseconde • exaseconde • zettaseconde • yottaseconde |
| seconde • minuut • kwartier • uur • dag / etmaal / nychthemeron • week • decade • maand / maanmaand • kwartaal / trimester / jaargetijde / seizoen • tertaal • semester • jaar / annum • lustrum • decennium • generatie • eeuw / hectoannum • millennium / kiloannum • mega-annum • giga-annum |
Meroniemen
- [1] seconde
Vertalingen
1. tijdeenheid
2. hoek
Ripuarisch
Uitspraak
- IPA: /miˈnyʦ/
Zelfstandig naamwoord
minuut o
Schrijfwijzen
- (Duitsland) Menutt