lustrum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord lustrum lustra
verkleinwoord - -
Woordafbreking
  • lus·trum

Zelfstandig naamwoord

lustrum o

  1. (tijdrekening), (eenheid) een periode van vijf jaar
  2. een viering van het vijfde jaar sinds de stichting van iets of sinds het vorige lustrum
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen