Afrikaans

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

ISO 639-3
afr
bestand
Uitspraak
Woordafbreking
  • Afri·kaans
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Afrikaans -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Afrikaans o

  1. (taal) een van het Nederlands afstammende taal die wordt gesproken in Zuid-Afrika en Namibië
    Hij spreekt Afrikaans.
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Meer informatie

stellend
onverbogen Afrikaans
verbogen Afrikaanse

Bijvoeglijk naamwoord

Afrikaans

  1. komende van of betreffende het continent Afrika
Vertalingen


Afrikaans

Uitspraak
  • IPA: /ɑfriˈkɑːns/ of /ɑfriˈkɑ̃ːs/

Zelfstandig naamwoord

Afrikaans

  1. (taal) Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

Afrikaans

  1. (demoniem) Afrikaans


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Afri·kaans

Zelfstandig naamwoord

Afrikaans o

  1. (taal) Afrikaans.
    «Er spricht Afrikaans
    Hij spreekt Afrikaans.
Verbuiging
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Afkorting
  • (ISO 639-1) af, (ISO 639-2) afr
Hyperoniemen
Opmerkingen
  • Het bepaald lidwoord wordt zeer zelden gebruikt.


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˌæfrɪˈkɑns/
enkelvoud meervoud
Afrikaans -

Zelfstandig naamwoord

Afrikaans

  1. (taal) Afrikaans.


Roemeens

Zelfstandig naamwoord

Afrikaans

  1. (taal) Afrikaans.