decennium
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·cen·ni·um
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Latijnse decem (tien).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | decennium | decennia, decenniën |
| verkleinwoord | decenniumpje | decenniumpjes |
Zelfstandig naamwoord
decennium o
- (tijdrekening), (eenheid) een periode van tien jaar
- In dat decennium vond de oorlog plaats.
Verwante begrippen
| eenheden van tijd in het Nederlands (nld) |
|---|
| yoctoseconde • zeptoseconde • attoseconde • femtoseconde • picoseconde • nanoseconde • microseconde • milliseconde • centiseconde • deciseconde • seconde • decaseconde • hectoseconde • kiloseconde • megaseconde • gigaseconde • teraseconde • petaseconde • exaseconde • zettaseconde • yottaseconde |
| seconde • minuut • kwartier • uur • dag / etmaal / nychthemeron • week • decade • maand / maanmaand • kwartaal / trimester / jaargetijde / seizoen • tertaal • semester • jaar / annum • lustrum • decennium • generatie • eeuw / hectoannum • millennium / kiloannum • mega-annum • giga-annum |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.