Naar inhoud springen

kwik

Uit WikiWoordenboek
Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Nh Fl Mc Lv Ts Og
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
  • kwik
  • In de betekenis van ‘metaal’ voor het eerst aangetroffen in 1699 [1]
  • Afkomstig van het Oudsaksische woord "quik" (levend of levendig).
enkelvoud meervoud
naamwoord kwik
verkleinwoord kwikje[2] kwikjes[2]

kwik o

  1. (scheikunde), (element) een scheikundig element en zilverwit overgangsmetaal met symbool Hg en atoomnummer 80 dat o.a. wordt toegepast in thermometers en gasontladingslampen
  2. (figuurlijk) temperatuur
     Ze zeiden dat het de koudste winter sinds honderd jaar was of in elk geval zo ver terug in de tijd als iemand zich kon herinneren. Het kwik daalde soms tot rond de -40, hoewel de wind minder erg was dan daarboven op de vlakte.[2]
  3. grapje
  • Het kwik loopt op.
Het wordt warmer.
99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]


kwik

  1. (element)(scheikunde) kwik; een scheikundig element en zilverwit overgangsmetaal met atoomnummer 80 dat o.a. wordt toegepast in thermometers en gasontladingslampen


kwik

  1. (element)(scheikunde) kwik; een scheikundig element en zilverwit overgangsmetaal met atoomnummer 80 dat o.a. wordt toegepast in thermometers en gasontladingslampen


Telwoord (woc)
1
2
3
4
5
6
7
8

kwik

  1. vier