koper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Koper [2]
Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Fl Uup Lv Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·per
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] afgeleid van kopen met het achtervoegsel -er.
  • [2] de naam is vermoedelijk een verbastering van "Cyprus".
1 enkelvoud meervoud
naamwoord koper kopers
verkleinwoord
2 enkelvoud meervoud
naamwoord koper
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

koper

  1. m: persoon die koopt
    Ze konden geen kopers vinden voor hun peperdure huis.
  2. o: (scheikunde), (element) een scheikundig element met symbool Cu en atoomnummer 29. Het is een roodgeel overgangsmetaal
    Na het veel duurdere zilver is koper de beste geleider van elektrische stroom en van warmte van alle metalen.
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Meer informatie