goudgeel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goud·geel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord goudgeel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

goudgeel o

  1. (RAL-kleur) een kleur geel met RAL-nummer 1004; een gele kleur zoals die van goud.
    • Heeft u die ook in het goudgeel? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen goudgeel goudgeler goudgeelst
verbogen goudgele goudgelere goudgeelste
partitief goudgeels goudgelers -

Bijvoeglijk naamwoord

goudgeel

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur geel, met RAL-nummer 1004.
    • Hij rijdt in een goudgele auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.