lood

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Fl Uup Lv Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Uitspraak
Woordafbreking
  • lood
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit Westgermaans *loudhom, mogelijk verwant aan Proto-Indo-Europees base *plou(d)- vloeien, maar afkomst niet zeker. Verwant aan Angelsaksich lēad, Eng. lead, Duit Lot (schietlood) Zweeds, Deens lod.
enkelvoud meervoud
naamwoord lood -
verkleinwoord loodje loodjes

Zelfstandig naamwoord

lood o

  1. (scheikunde), (element) een scheikundig element met symbool Pb en atoomnummer 82, het is een donkergrijs hoofdgroepmetaal
  2. verkorting voor dieplood, peillood, duiklood enz
  3. (eenheid), (verouderd) een oude gewichtsmaat ter grootte van 1/32 van een traditioneel pond: 15 gram, na invoering metriek stelsel ook gebruikt voor 10 gram
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
  • [3]
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
loden

lood

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loden
    • Ik lood. 
  2. gebiedende wijs van loden
    • Lood! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loden
    • Lood je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie